Kalium en natrium

Er zijn veel mensen die supplementen slikken met vitamines en mineralen. Maar de wetenschap rondom de werking van vitamines en mineralen en wanneer er tekorten of overschotten ontstaan is ingewikkeld. Ik wil in de komende nieuwsbrieven steeds iets vertellen over de werking van diverse vitamines en mineralen. Deze keer staat het mineralen kalium en natrium centraal. Wil je hier meer over weten? Lees dan verder…

Kalium is belangrijk in je lichaam om evenwicht van lichaamsprocessen te bewaken. Bijvoorbeeld het zuur-base evenwicht (zie eerder artikel over zuur-base), bloeddruk en de vochtbalans. Ook natrium is daarin erg belangrijk, vandaar dat beide in dit artikel zijn samengevoegd. Daarnaast zorgt kalium voor geleiding van zenuwprikkels en de samentrekking van spieren. Kalium verlaagt ook de bloeddruk. Een tekort van dit mineraal kan klachten geven als spierslapte, verminderde eetlust, misselijkheid, lusteloosheid en hartritmestoornis. Dit komt echter weinig voor. Kalium is in veel voeding terug te vinden zoals aardappelen, groente (broccoli is een grote bron), peulvruchten, vlees (biefstuk is een grote bron), vis (zalm is een grote bron), noten en fruit (banaan is een grote bron). Een tekort kan ontstaan bij langdurig braken en/of diarree of het gebruik van plaspillen.

De darmen nemen de kalium op in het lichaam. De nieren zorgen ervoor dat de hoeveelheid kalium in het lichaam constant is. 90% van het kalium wordt namelijk weer via urine uitgescheiden. Bij een tekort aan kalium in het lichaam, regelen de nieren dat er minder kalium via urine uitgescheiden wordt en wordt de balans weer hersteld. Bij problemen met de nieren kan deze balans verstoord raken. Voldoende water drinken is dus belangrijk om de balans van kalium goed te houden en de nieren hun werk te laten doen.

Natrium regelt net als kalium de balans in je lichaam op gebied van zuur-base, vochtbalans, werking spier- en zenuwcellen en bloeddruk. Natrium verhoogt de bloeddruk. Natrium is vooral terug te vinden in zout en daarvan eten niet veel mensen te weinig. Natrium zit in weinig andere voeding. Een teveel aan zout/ natrium kan dus juist leiden tot een te hoge bloeddruk, nierproblemen, botontkalking en kans op hart- en vaatziekte. Oudere mensen krijgen vaak een verminderde nier werking en hebben dus minder zout/ natrium nodig.

Ongeveer 80% van het zout/ natrium dat we dagelijks binnen krijgen komt van zout dat producenten aan producten die we eten toevoegen voor verbeterde smaak en houdbaarheid. Natrium wordt ook toegevoegd door fabrikanten aan andere voedingsvormen in kant en klare voeding zoals bakpoeder, smaakversterkers, conserveermiddelen en stabilisators naast toegevoegd zout als product. Bewerkte voeding zit dus vaak vol met zout/ natrium. De darmen nemen natrium op (vaak rond de 98%) en de nieren regelen net als bij kalium de hoeveelheid natrium in het lichaam. 95% wordt weer via urine uitgescheiden en de rest kan via zweet en ontlasting het lichaam verlaten.

Bij uitdroging door bijvoorbeeld ernstige diarree of braken of overmatig zweten kan er ook een natrium tekort ontstaan. Extra drinken met toegevoegd zout is dan belangrijk om klachten als verwardheid, sufheid en hoofdpijn te voorkomen. Speciale ORS zoutoplossingen zijn hiervoor bedoeld.