Mineralen: enkele overige mineralen

De afgelopen weken heb ik een serie geschreven over vitamines en mineralen. Inmiddels zijn we aangekomen bij het laatste artikel in deze serie. Er zijn nog enkele mineralen niet behandeld, die nog wel de moeite waard zijn om kort te bespreken. Wil je hier meer over weten? Lees dan verder…

Chroom: Chroom is nodig voor een goede werking van insuline, de vet- en koolhydraatstofwisseling en het op peil houden van het bloedsuiker gehalte. Het is terug te vinden in o.a. volkorenbrood, groente, fruit en in mindere mate in vlees en lever. Er zit veel chroom in mosselen en paranoten. Vitamine C helpt bij een betere opname van Chroom in het lichaam. Een tekort hieraan kan leiden tot gewichtsverlies, verhoogde cholesterolwaardes en een toenemende concentratie glucose in het bloed. Er is echter nog weinig onderzoek gedaan naar chroom en wat teveel of te weinig is en met je doet. Het is nog niet te meten.

Koper: Koper is een spoorelement en nodig voor de celenergie, vorming van bindweefsel en botten. Maar het zorgt ook voor de vorming van pigment van het haar en huid, groei en ontwikkeling, de ijzerstofwisseling om ijzer op te nemen in ons bloed, ons zenuwstelsel, opname van vitamine C en een goed afweersysteem. Koper is terug te vinden in groente, fruit, vlees, graanproducten, oesters/ zee­ dieren, peulvruchten, noten, pruimen, drinkwater en cacao producten. Het lichaam heeft hier niet veel van nodig en koper wordt opgeslagen in de lever. Een tekort hieraan kan leiden tot o.a. bloedarmoede, arteriosclerose, lichtere huid, osteoporose, darmproblemen, artritis, hartritmestoornis, vitiligo of doorlig wonden. Als je meer ijzer, zink en vitamine C binnenkrijgt dan nodig is, kan je lichaam koper minder goed opnemen. Ook bepaalde medicatie, onvolledige voeding of zinksuppletie kan leiden tot een tekort. De ziekte van Wilson zorgt ervoor dat de mensen die dat hebben teveel koper in hun lichaam hebben, omdat het lichaam koper niet goed kan verwerken. Zij hebben een dieet nodig om via voeding minder koper binnen te krijgen. Ook mensen met migraine, lever-/ galaandoeningen en kanker moeten voorzichtig zijn met koper en dit niet extra suppleren. Opstapeling van koper kan vaker bij oudere mensen voorkomen en wordt in verband gebracht met cognitieve achteruitgang zoals Alzheimer. Het heeft de voorkeur dat als ouderen en supplement slikken, deze te nemen zonder koper (en ijzer). Ook braken, buikpijn, overtollig speeksel en misselijkheid kan het gevolg zijn van teveel koper. Teveel koper kan de opname van zink weer verminderen.

Jodium: Jodium is een spoorelement waar je lichaam niet veel van nodig heeft. Het is belangrijk voor de productie van schildklierhormonen die weer nodig zijn voor o.a. de groei, ontwikkeling van het zenuwstelsel/ hersenen en de stofwisseling. Jodium komt voor in zeevis, ei en zeewier. Vaak wordt het toegevoegd aan keukenzout en bakkerszout in bijvoorbeeld brood. Dat wordt gedaan omdat er van nature niet veel jodium meer in voeding zit. Let hier dus op als je zelf bijvoorbeeld brood bakt, zoutloos eet of geen brood eet. Bij een tekort gaat de schildklier trager werken en/of opzwellen en bij kinderen kan het een groeiachterstand veroorzaken. Een jodiumtekort kan klachten geven als krampen, ontstekingen, vermoeidheid, gewichtstoename, hartritmestoornis, mentale problemen etc.

De hielprik die bij baby’s wordt uitgevoerd meet het jodiumgehalte in het bloed bij baby’s. De schildklier heeft vaak zelf een voorraad jodium vanuit voeding. Een tekort kan dus jaren duren voordat dat opgemerkt wordt. In zeezout zit bijna geen jodium. Maar ook een tekort aan selenium, ijzer en/of vitamine A kan een jodiumtekort veroorzaken. Ook het eten van veel niet-gefermenteerde soja, rauwe koolsoorten, mosterd, tuinkers, koolzaad-/ raapolie, rauwe pinda en zoete aardappel kan de jodium opname verstoren. Daarnaast kan medicatie als aspirine, het hebben van weinig maagzuur, vaak en teveel zweten, mensen die roken of het binnen krijgen van schadelijke stoffen (o.a. in voeding) de jodiuminname verstoren. Er zijn dus wel wat factoren die de jodium in- en opname kunnen verstoren. Maar ook een teveel aan jodium kan de schildklierwerking verstoren en deze over stimuleren. Ga dus niet zomaar suppleren. Zeker niet als je schildklieraandoeningen hebt of uitgeputte bijnieren. En als je extra jodium neemt, moet je ook selenium/ seleen aanvullen. Een paar paranoten per dag kunnen dit al bereiken qua selenium. Om jodium op een natuurlijke manier aan te vullen hebben zeegroentes de voorkeur boven vis, omdat zij minder toxines kunnen opslaan.

Wil je eens testen bij jezelf (niet wetenschappelijk bewezen) of er mogelijk een tekort is? Rieneke Dijkinga heeft een makkelijke test beschreven. Smeer een plek op je huid in met 2% jodiumoplossing ter grootte van een golfbal. Dit werkt minder goed voor mensen met een donkere huidskleur. Doe ook geen kleding over deze plek, want die vlekken zijn agressief. Als de vlek binnen 2-4 uur weg is/ vaag geworden is kan er een mogelijk tekort zijn. Blijft de vlek langer (kan tot wel 24 uur) zitten, dan is de jodium inname waarschijnlijk voldoende. Laat bij een mogelijk tekort dit echter altijd checken door een arts via een bloedonderzoek. Het is slechts een indicatie.

Seleen/ Selenium: Selenium is een spoorelement dat de rode bloedlichamen beschermt tegen beschadiging en werkt als antioxidant. Ook maakt het zware metalen (uit voeding of andere bronnen) minder schadelijk in het lichaam. Daarnaast is dit belangrijk voor een goede schildklier werking. Het zit in veel voeding, maar vooral in vis (schaal- en schelpdieren), eigeel en noten (paranoten). Een tekort kan klachten geven als verstoringen aan het hart, spierpijn en spierzwakte. Maar het wordt ook in verband gebracht met diverse andere ziektes. Een teveel (bijna niet mogelijk via voeding) kan leiden tot verlies van haar, nagels en tanden, beschadiging aan de huid en/of aandoeningen aan het zenuwstelsel. Door verminderde voeding in de bodem vanwege o.a. kunstmest en bestrijding komt er steeds minder selenium in groente voor. Je hebt dus meer daarvan nodig om dezelfde hoeveelheid binnen te krijgen. Selenium wordt beter opgenomen samen met vitamine E.

Zink: Zink is een spoorelement en nodig bij de stofwisseling (o.a. koolhydraten en vetzuren), de opbouw van eiwitten, groei en ontwikkeling van ons weefsel en het afweersysteem. Het zorgt voor gezonde botten, haar, huid, nagels, een goed geheugen en ons afweersysteem. Het zit in vlees, vis, graanproducten, peulvruchten, ei, noten/ zaden en schaal- en schelpdieren. Een tekort kan leiden tot klachten als afwijkingen aan de huid, haar(verlies), slijmvliezen en botten, anders ruiken en proeven, verminderde groei, nachtblindheid of verminderde afweer. Ons lichaam kan zink niet opslaan, dus het is belangrijk om via voeding voldoende binnen te krijgen. Veel zweten of te weinig voeding met zink kan een tekort geven. Maar ga niet zomaar zelf zink innemen als supplement. Teveel zink kan weer andere problemen geven.