E-nummers

E-nummers worden toegevoegd aan voeding om de eigenschappen van voedingsmiddelen te veranderen. Producenten en het voedingscentrum noemen dit verbeteren, maar dat is nog maar de vraag en zeker afhankelijk van het soort E-nummer. Enkele voorbeelden zijn het toevoegen van kleurstoffen, smaakversterkers, conserveermiddelen etc. De Europese Unie moet de E-nummers voor gebruik goedkeuren, maar doet dit op grote schaal. Niet alle E-nummers zijn schadelijk voor de gezondheid, maar hoe zie je nog door de bomen het bos. Zeker als de fabrikanten steeds ‘slimmere’ trucjes bedenken om consumenten te misleiden. Wil je hier meer van weten? Lees dan verder…

Het probleem met E-nummers is dat ze misschien op zichzelf niet allemaal schadelijk zijn. Maar wat gebeurt er als de E-nummers met elkaar gemixt worden doordat je verschillende voeding met verschillende E-nummers eet of wat als je op een dag meer binnen krijgt dan gewenst is via de voeding. Consumenten kregen steeds meer door dat je aan het nummer kon zien wat wel en geen schadelijke E-nummers waren. Zo ontstonden er lijsten met groene (veilig), oranje (meer schadelijk) en rode (vermijden) E-nummers. Ook de producent had dit door gekregen en veranderde de vermelding op de etiketten en probeerde de consument te misleiden door het gebruik van E-nummers binnen de regelgeving te verhullen. Zo werden de nummers niet meer genoemd, maar de naam van de stof. Dit noemt de producent ‘clean labelling’. Ja er is een naam voor bedacht. Dat zegt al genoeg. Wie weet nog of bijvoorbeeld ‘Kaliumdifosfaat’ (E450) als broodverbeteraar wel of niet goed voor je is? Niet dus. Experimenten met ratten met dit middel toonde al aan dat er sprake was van verminderde vruchtbaarheid en een kortere levensduur. Maar zo is ‘Kaliumadipaat’ (E357) wel weer meer natuurlijk en gehaald uit bieten en rietsuikersap. Er zijn meer dan 1000 E-nummers. Niemand heeft tijd voor een volledige ontleding van benamingen per product in de supermarkt en daar rekenen de producenten op. Probeer dus zo veel mogelijk zelf vers te maken met zo min mogelijk producten. Dan zet je al een grote stap in de juiste richting. Een andere methode van clean labelling is E-nummers vervangen door andere ‘natuurlijkere’ stoffen en dan vermelden dat het product een natuurlijk product is. Dit moet verbergen hoeveel suiker of zout erin verwerkt zit en helemaal niet zo gezond is.

Neem als voorbeeld het product ‘Vitaminwater’. Er zitten toegevoegde vitamines en mineralen in en ‘natuurlijke’ kleurstof en wordt verkocht als ‘gezond’ alternatief voor frisdrank. Wat er niet wordt verteld is dat het vol zit met suiker. Zo bevat een flesje na onderzoek naar het soort suiker bijna evenveel suiker als een grote fles cola. Ook de toegevoegde vitamines en mineralen halen mensen als het goed is uit hun dagelijkse voeding. Deze extra toevoeging zal het lichaam dus niet meer opnemen en gewoon uit plassen. En mocht er wel een tekort zijn van een vitamine, vul dat dan niet aan met dit suiker drankje en synthetisch gefabriceerde vitamines en mineralen waarvan het nog maar de vraag is of je lichaam dit überhaupt op kan nemen. De producent van o.a. Pepsi Cola is aangeklaagd voor deze misleiding en hun verweer was te gek voor woorden. Ze gaven aan dat geen enkel persoon zo dom zou zijn om hun presentatie van een gezonde drank te geloven en het dus geen probleem zou zijn het op deze manier op de markt te brengen. Maar helaas doen veel mensen dit wel en geloven in een juiste weergave van informatie. Het logo ‘kies bewust’ wat op deze verpakking staat helpt niet mee. Het logo geeft niet aan dat dat product op zichzelf gezond is, maar dat het product iets gezonder is dan andere producten binnen die productgroep. Door de toevoeging van synthetische vitamines en mineralen en iets minder suiker dan bijvoorbeeld in een fles cola wordt het logo erop gezet (na er ook flink voor te moeten betalen als producent). Trap er dus niet meer in en laat ook dit logo links liggen, wat overigens eigendom is van o.a. Unilever. Gebruik je eigen verstand door toch etiketten te lezen. Bijvoorbeeld: hoe verder vooraan de benamingen van bijvoorbeeld suiker staan, hoe meer suiker er in het product zit.